Skip to main content

Hooggevoelig op een flexibele werkplek

Steeds meer organisaties zijn bezig met het invoeren van flexibele werkplekken. Flexplekken liggen over het algemeen in kantoortuinen: grote ruimtes met daarin zoveel mogelijk bureaus, afgescheiden door lage kasten en af een toe een plant om de boel een beetje aan te kleden. Soms zijn op deze bureaus computers en telefoon aanwezig, maar vaak ook dient de medewerker eerst een laptop, gsm en trolley met daarin zijn spullen op te halen en dan op zoek te gaan naar een bureau waaraan hij kan werken.

Wat is het voordeel van flexplekken? Het levert organisaties vaak een flinke besparing op. Werkplekken zijn immers duur. De letterlijke ruimte die een werkplek inneemt wordt vaak doorgerekend in kosten van huur, daarnaast hoort op elk bureau een computer en een telefoon aanwezig te zijn. Dat kost geld. Werkplekken zijn niet voortdurend bezet want medewerkers werken in deeltijd, zijn uit huis bij klanten of naar een vergadering. Uit oogpunt van kostenbesparing lijkt het dan ook voor de hand te liggen, af te zien van elke-medewerker-zijn-eigen-plek en flexibele werkplekken in te richten. Maar ten koste van wat?

Regelmatig berichten HSP’s dat ze grote moeite mee hebben met een dergelijke situatie. Wordt het niet eens tijd om deze ervaringen te gaan bundelen? Hieronder twee verhalen. Janine Ploegsma werkt op het gemeentehuis van een middelgrote stad, Carla Berglander hield het na een jaar aantobben voor gezien bij een bank en heeft sinds enige tijd een eigen coachingspraktijk. Heb je zelf ook ervaring met een flexibele werkplek? Stuur je verhaal naar ani.ma@worldonline.nl

Janine: Ik mis het contact met vertrouwde kamergenoten Sinds enige tijd werk ik ‘flex’ in een grote kantoortuin met op elk bureau een computer waar iedereen kan inloggen. Alle medewerkers hebben ook een draagbare telefoon, dus niemand is plaatsgebonden. Er is ook een aantal afgescheiden werkplekken waar je rustig kunt werken. Dit zijn er relatief weinig. Met een aantal afdelingen deel je in principe één verdieping binnen één vleugel van het gebouw, maar indien nodig of gewenst kun je ook op een andere verdieping of in een andere vleugel gaan zitten.

Ik ben niet gelukkig met deze manier van werken. Het begint er al mee dat ik elke dag de grote ruimte moet betreden en moet afwachten waar plek is. Aan welk bureau? Op een rustige plek of in de buurt van de koffieautomaat? Met mijn rug of met mijn gezicht naar het raam? Naast of tegenover welke collega’s? Ik heb werk waarop ik me heel goed moet concentreren. Dat lukt me vaak niet als om me heen collega’s zitten te praten of bellen. Daarom ga ik als het even kan op een rustige plek zitten, weg van de menigte. Dit wordt me niet in dank afgenomen. Verder moet je, als je een rustige plek wilt bemachtigen, vroeg aanwezig zijn, anders zijn ze weg. Dit betekent ’s morgens haasten; kind de deur uit en dan maar hopen dat je nog op tijd bent. Dit is voor mij geen goed begin van de dag. Verder moet je elke dag opnieuw je spullen tevoorschijn halen. De vertrouwde bak met ‘nog afwerken’, het paperclipbakje dat je kind heeft gemaakt en al die andere vertrouwde spullen staan niet op je te wachten. Als je naar een vergadering gaat, moet je alles opruimen en als je terugkomt opnieuw een plek zoeken en alles weer tevoorschijn halen.

Het team-gevoel wordt minder. Om dit te compenseren worden er vaker uitstapjes en borrels georganiseerd. Voor mij weegt dit echter niet op tegen het dagelijkse contact met collega’s. Ik houd niet zo van dit soort gelegenheden en omdat ik alleenstaande ouder ben, lukt het me ook niet altijd om mee te doen. Tot slot: ik mis het contact met één of twee vertrouwde kamergenoten.

Ik wil niet klagen, er zitten ook positieve kanten aan het nieuwe gebouw, ik zie ook dat er mensen zijn die prima gedijen, maar ik ben op zoek naar manieren om met de schaduwkanten ervan om te gaan. Ik ben het nog steeds aan het proberen, maar ik heb mijn draai nog niet gevonden. Ik heb deze zaken overigens op mijn werk nog niet openlijk naar voren gebracht omdat ik sterk het gevoel heb dat dit niet gewaardeerd wordt.

Carla: Het wordt hoog tijd wordt dat het thema hooggevoeligheid binnen organisaties de aandacht krijgt die het verdient Ik heb in zo’n kantoortuin gewerkt. Er waren bureaus mét en zonder apparatuur. Elke ochtend moest je op zoek naar een plek waar je kon gaan zitten. Uiteraard waren er ook kleine zogenaamde ‘concentratieruimtes’, daar kon je gaan zitten als je iets moest doen waar je je aandacht bij nodig had. In de praktijk was het zo dat je wel heel vroeg aanwezig moest zijn om zo’n plek te bemachtigen, want ze waren schaars en gewild. Al vrij vroeg kon je er pontificaal neergelegde koffertjes aantreffen: ‘ik zit vandaag hier’. Maar ‘ik’ was dan in geen velden of wegen te vinden. Op deze manier begint een werkdag al met competitie: de strijd om de beste werkplek.

Ik vond het een ramp. Het is niet zo dat ik persé mijn eigen bureau met daarop het fotolijstje met mijn gezin wil hebben. Maar het is voor mij wel belangrijk waar ik zit en bij wie ik in de buurt zit. Als HSP ben ik uitermate gevoelig voor sfeer en energie. Verstoring van de energie belemmert mijn prestatie. De energie in een ruimte waar zoveel mensen en dus ook ego’s bij elkaar zijn, raakt al gauw verstoord. Collega’s met stress, neerslachtige gevoelens, prestatiedrang en politieke spelletjes, alles loopt door elkaar. Een HSP voelt al deze energieën, pikt ze op en slaat ze op in het eigen systeem. Maar dat is nog niet alles. In een ruimte waar zoveel mensen bij elkaar zijn is voortdurend lawaai, onrust, beweging. Voortdurend rinkelende telefoons, collega’s die overleg voeren aan hun bureau, heen en weer lopen naar afspraken, koffieautomaat of toilet. Al deze elementen bij elkaar maakten een enorme inbreuk op mijn eigen ruimte en ik werd er dan ook heel chaotisch van. Mijn radar pikte alle prikkels die er in die ruimte waren op en hoe langer de situatie duurde hoe dunner het filter dat ik had, werd. Geluid en energie resoneerden in mijn hoofd en in de rest van mijn lijf. Ik raakte overprikkeld, werd steeds vermoeider, zat soms verlamd en met zwetende handen achter mijn bureau en het zal duidelijk zijn dat mijn prestaties flink achteruit gingen. Wat mij in dit geval extra kwetsbaar maakte, was het feit dat ik bezig was te reïntegreren na een burnout.

Uiteraard heb ik met mijn baas en de arbo-arts gesproken. Dat leverde op dat ik een vast bureau kreeg op een redelijk rustige plek in de tuin. Uniek. Maar het heeft niet geholpen. De periode dat ik op deze manier had gewerkt, heeft me uitgehold en leeggezogen. Uiteindelijk moest ik constateren dat ik in die organisatie niet meer kon werken en ik heb ontslag genomen. Een drastisch besluit. Het werken in de kantoortuin is hier niet de enige reden voor geweest, er speelden nog meer factoren een rol. Toch denk ik dat die situatie mijn herstel wel degelijk in de weg heeft gestaan en er aan heeft bijgedragen dat het weer zo snel bergafwaarts ging.

Dit verhaal speelt drie jaar geleden en wat ik nu weet over hooggevoeligheid, wist ik toen nog niet. De kennis die ik nu heb had mij toen wellicht kunnen helpen. Ik zou eerder door hebben gehad dat het mijn gevoeligheid was die mijn parten speelde en had dan misschien beter voor mezelf op kunnen komen, mijn waarde voor de organisatie duidelijk kunnen maken en had mijzelf niet aangepraat dat ik een ‘watje’ was. Wellicht was ik, met de kennis die ik nu heb, beter in staat geweest mezelf te beschermen voor de invloeden buiten mij. Mijn zelfvertrouwen zou dan wellicht niet zo’n enorme deuk hebben opgelopen. Ook had ik de organisatie van informatie kunnen voorzien over HSP’s en hun waarde voor de organisatie. Ik denk dat daar nu werk te doen is. Het wordt hoog tijd wordt dat het thema hooggevoeligheid binnen organisaties de aandacht krijgt die het verdient. Een volgende stap. Volgens mij werkt het zo:

TEVEEL OPEN

OVERPRIKKELING

VERMOEIDHEID

OVERBELASTING

STRESS

VERMINDERDE STRESSBESTENDIGHEID

AANHOUDEND GEVOEL VAN STRESS → VERMINDERD COMPETENTIEGEVOEL

AANTASTING IMUUNSYSTEEM

ZIEKTE en AANTASTING ZELFVERTROUWEN

Interessant blijft de vraag wie verantwoordelijk is voor het al dan niet functioneren van de HSP op de flexplek. Organisaties hebben een verantwoordelijkheid als het gaat om arbeidsomstandigheden en het is in hun eigen belang dat medewerkers optimaal kunnen functioneren. Inmiddels mag er op de werkplek niet meer gerookt worden, dus waarom dan ook niet andere prestatiebelemmerende en gezondheidsondermijnende factoren aanpakken? Want dat het werken in een dergelijke situatie de gezondheid van HSP’s ondermijnt, staat voor mij als een paal boven water. In het kader van een preventief beleid op ziekteverzuim past in dit geval nog meer aandacht voor de werkplek.

Toch denk ik dat de HSP zelf nog een grotere verantwoordelijkheid heeft. Namelijk de zorg voor zijn eigen welbevinden. In het leren omgaan met hooggevoeligheid hoort ook het leren opkomen voor jezelf, je keuzes maken en staan voor wie je bent. Als de HSP van de organisatie verlangt dat er voor hem gezorgd wordt, dan ligt het risico van slachtofferschap op de loer. Voor jezelf zorgen, de dialoog aangaan, informatie verschaffen en proberen met creatieve oplossingen te komen, hoe moeilijk dat ook is. Het is pionieren, leren staan voor jezelf, jezelf kwetsbaar leren opstellen vanuit kracht. Dat is nodig om verandering te bewerkstelligen. Als medewerkers nooit waren opgekomen voor hun recht op een rookvrije werkplek was op dat gebied ook nooit verandering gekomen.